Over leven

10. Een nieuwsgierig aapje en een lollige ontdekking

In mijn blog ‘De mens is een plant is een dier’ heb ik beschreven waarom een mens niet veel meer is dan een uit de kluiten gewassen plant of een over het paard getild dier. Dat verhaal wordt niet gedeeld door het merendeel der wetenschappers, dat zich met evolutie bezighoudt. Ik heb daar vrede mee, in de zekerheid dat ook zij de wijsheid niet in pacht hebben; ze waren er evenmin zelf bij. Het is en blijft gissen. Dat ik een aantal wetenschappelijke stellingen meeneem in mijn verhaal, kun je zien als zedelijk eerbetoon, en is vooral bedoeld om je de indruk te geven dat ik niet alles uit het ongerijmde zit te verzinnen.

Chim en zijn avontuurlijke nageslacht
In dat laatste blog heb ik Chim geïntroduceerd; wetenschappers noemen hem en zijn volgelingen hominoïden. Na de definitieve afsplitsing van de andere apen gaven ze hen een andere naam, hominiden; mensapen, onze meer directe voorouders. 5,5 Miljoen jaar later bleken de mensapen behoorlijk goed op eigen benen te kunnen staan en daarop flinke einden te kunnen lopen. Dat kwam goed uit; in tegenstelling tot de hominoïde was de hominide avontuurlijker ingesteld, ging vaker en verder van huis. Hij durfde meer en zijn niveau van nieuwsgierigheid nam door het reizen en trekken almaar toe. Hij was met recht een nieuwsgierig aapje.

Zijn avontuurlijke, onbevreesde nageslacht liep zich een verzuring in de poten en verspreidde zich over het thuiscontinent Afrika. Nadat het zich dat deel van de aarde had eigen gemaakt en zijn onstuitbare productie aan nageslacht een ernstig gebrek aan leefruimte tot gevolg bleek te hebben, liep het Afrika uit. Het eerst kwam het terecht in Azië, daarna in Europa. Uit de sporen die de mens heeft gevonden, blijkt dat de wetende mens pas later in de Amerika’s terecht kwam, wellicht via de Beringstraat over het ijs van Azië naar Alaska, of over het water met behulp van een tot boot verbouwde boomstam.

Minder ruimte om te bewegen
Zo liep de hominide miljoenen jaren over de aarde. Er leek geen eind te komen aan nieuwe gebieden en leefomstandigheden. In al die jaren en al die verschillende klimaten raakte de hominide zijn wapperende wilde beharing kwijt en bewoog hij zich steeds behendiger over land en water. Het werd een soort tweede natuur, dat aanpassen aan de habitat.

De aarde is ongeveer 500 miljoen vierkante kilometer groot, waarvan 360 miljoen vierkante kilometer (meer dan 70%) bestaat uit water. Als over een tijdje al het ijs is gesmolten, komt er een flinke hoeveelheid vierkante kilometers water bij en een aanzienlijk oppervlak land verdwijnt in zee. In 2008 hebben we het aantal mensen op de planeet geschat op 6,74 miljard en voor 2050 is de raming 9,2 miljard; een toename van ongeveer 36%. Zet die groei zich door, dan leven we in het jaar 2100 met ongeveer 13 tot 14 miljard mensen, het dubbele aantal van nu. De toename aan mensen en de afname aan grondoppervlak zal betekenen dat er op een bepaald moment in de toekomst te weinig ruimte zal zijn om lekker vrijelijk te bewegen, niet alleen voor de mens, evenzeer voor plant en dier.

Als groei en bloei in de knel komen, zal dat een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van alle levende have. Een van de onaangenaamste gevolgen zal zijn, dat het voedsel langzaam maar zeker verpaupert. Daardoor verzwakt de constitutie van planten, dieren en mensen. Planten en dieren boeten in op voedingswaarde. De mens zal meer en meer zijn toevlucht zoeken bij kunstmatig voedsel. Het gebrek aan ruimte, de verpaupering van het voedsel en het eten van kunstvoeding veroorzaakt onvermijdelijk degeneratie. Dat betekent dat het leven op aarde aan levensvatbaarheid verliest.

Ongebreidelde inventiviteit
Met dit fait accompli is nog niet alles gezegd. Onze nieuwsgierigheid en inventiviteit hebben ons ertoe gebracht flink gebruik te maken van de bodemschatten van de planeet. Paar voorbeelden. We hebben de explosiemotor uitgevonden en er een auto omheen gebouwd, en motorfietsen en vliegtuigen en raketten. We hebben elektriciteit ontdekt, computers ontwikkeld en internet en een eindeloze hoeveelheid elektrische en elektronische hulpmiddelen. We hebben onszelf kortom getrakteerd op een overvloed aan strikt genomen overbodige luxe. In onze onwetendheid hebben we tevens een hoop schade aangericht. We zien onszelf vandaag onverbiddelijk geconfronteerd met dramatische veranderingen. Het klimaat is achteruit gegaan, de zon brandt meedogenlozer door de ozonlaag en de lucht is zwaar verontreinigd.

Frank Fenner (1914-2010) was viroloog aan de Nationale Universiteit van Australië en een vooraanstaand lid van de Britse Academie voor Wetenschappen, de Royal Society of London. Hij was een man die heeft doorgeleerd en doorgedacht, zich heeft vastgebeten in zijn specialisatie en lang genoeg op aarde heeft rondgelopen om een zekere wijsheid in zijn vakgebied te hebben kunnen vergaren. In 2010 baarde hij als 95-jarige opzien toen hij zijn overtuiging wereldkundig maakte dat de mens binnen honderd jaar zal uitsterven. “Koppel ons enorme aantal aan de steeds grotere en oncontroleerbare consumptiedrang en de aarde zal uiteindelijk bezwijken.” (De Telegraaf – 1 juli 2010) Heftig, maar hij bevestigde de stelling van velen dat het de verkeerde kant op gaat.

Mens overstijgt zijn grenzen
Een aantal andere factoren staaft deze defaitistische stellingname. Een daarvan is het transhumanisme. Dat omvat de diepgewortelde behoefte van de mens om het paradijs te scheppen met behulp van supertechnologie. Daarbij stijgt de mens uit boven zijn eigen grenzen. De aanhangers gaan er van uit, dat wetenschap en techniek zich in een zodanig rap tempo ontwikkelen, dat dat op enig moment onvermijdelijk zal leiden tot een zogenaamde technologische singulariteit. De filosofie van de singulariteit behelst de gedachte dat kunstmatige intelligentie de touwtjes op aarde in handen zal nemen.

Zelflerende computers, die zichzelf vernieuwen en verbeteren, niet gehinderd door emotie of gevoel, kunnen sneller, strakker en logischer denken dan de mens. Het ogenblik nadert dat die computers zichzelf zodanig hebben verbeterd, dat de oorspronkelijke bouwers hen niet langer kunnen volgen. Als die computers eigenmachtig verkeerde besluiten nemen en uitvoeren, zouden mens, plant en dier de sigaar kunnen zijn. Uitzetten helpt niet; ze starten zichzelf automatisch op. Schakel de elektriciteit uit, zul je opperen. Gelijk heb je, maar de zelflerende computers hebben een eigen energiereserve, die hen in staat stelt onherstelbare schade aan te richten voordat de voorraad op is.

Artificiële intelligentie wint het
De Britse astrofysicus Stephen Hawking (door een neurologische aandoening nagenoeg helemaal verlamd) stelt dat artificiële intelligentie in staat zal blijken zich sneller te ontwikkelen dan de biologische evolutie en daardoor uiteindelijk een overwicht zal verwerven.

Hawking: “Technologie kan een bedreigend aspect hebben. De overlevingskansen van de mensheid worden bedreigd door kernoorlogen, een catastrofale klimaatverandering en genetisch gemanipuleerde virussen. Met de ontwikkeling van nieuwe technologieën dreigt dit risico in de toekomst alleen maar te zullen toenemen. Het is bijna onvermijdelijk dat er iets fataals met de aarde zal gebeuren. Indien de mens op lange termijn wil blijven overleven, moeten dan ook andere horizonten, verder in de ruimte, worden verkend om te vermijden, dat het einde van de aarde ook het doodvonnis voor de mensheid zal betekenen.” (express.be – 4 december 2014)

Wetenschappers aan de Oxford Martin School hebben gewaarschuwd voor de risico’s van oorlogen, waarbij autonome robotwapens doelwitten zonder menselijke interventie zouden kunnen identificeren en doden.

Muggen immuun voor geneesmiddelen
Een aanzienlijke volgende bedreiging vormen de dieren en planten, die op enig moment geen genoegen meer zullen nemen met het laatdunkende superioriteitsgevoel van de mens. Zie de toename aan bacteriën en virussen, die immuun raken voor onze geneesmiddelen. Lees over de griepepidemieën die steeds langer lijken aan te houden.

Op de vastelanden van de wereld sterft het van de insecten, die resistent zijn voor anti-middelen. Neem de tijgermug, die zich, ook in onze gebieden, massaal vermenigvuldigt en ziektes overbrengt, waar mensen aan dood kunnen gaan. Zijn het misschien de insecten die straks geruisloos en stiekemweg de nieuwe pest zullen overbrengen en de mensheid decimeren of zelfs uitroeien? Waar een begin is, moet ook een eind zijn, zegt de menselijke logica.

De mens heeft met zijn onbeperkte drang naar kennis en comfort de natuur tot op het bot getart. En hij gaat vrolijk verder met zijn onverantwoordelijke gebruik van grondstoffen en bodemschatten, al denkt hij forse stappen te hebben gezet om de schade te herstellen. Goede bedoelingen, die zelfs volgens onze eigen inschattingen waarschijnlijk te laat komen.

Land, zee en lucht
De mens heeft de gore arrogantie te denken dat hij de rentmeester is van de aarde en ondertussen maakt hij een klerezooi van land, zee en lucht. Door voortgaande degeneratie en gebrek aan ruimte en voedsel loopt hij het logische risico geen leven op aarde meer te kunnen opbouwen. Volgens Fenner is dat al rond het haar 2100. Ook dieren en planten zullen worden getroffen. Niet alleen op het land zal het leven sterven, ook in de oceanen. Het snel aangroeiende, zwervende afval in de wereldzeeën zal dat moment bespoedigen. De plastic soep zaait dood en verderf onder de vissen.

Misschien zal de definitieve doodklap voor het leven op aarde wel worden uitgedeeld door de natuur zelf, die mens, plant en dier te grazen zal nemen met oncontroleerbare, immense natuurrampen, verspreid over de hele planeet. Meedogenloze aardverschuivingen, woeste overstromingen, verstikkende vulkaanuitbarstingen, rake bliksems en verwoestende tornado’s. Zo verdwijnen mens, dier en plant met miljoenen tegelijk tot er ten laatste enkele eencelligen overblijven. Deze zullen niet lang kunnen floreren op een aardkloot vol stinkende en rottende dood; ook zij gaan de pijp uit. Apocalyps. De aarde is alsdan een dode planeet. Terug bij af. Lollige gedachte, mogelijk een ontdekking.

Geen eind zonder een begin
Als de rottende dood is vervlogen en alles wat de megalomane mens heeft gefabriceerd, finaal van de aardbol is gevaagd of is geworden tot resten roest en kalk, kan de natuur met een schone planeet aan de slag. Want er zal land en water overblijven. En zoals we weten, kan er, aan de overgang tussen land en water uit dode materie spontaan leven ontstaan. Dat eencellige leven kan zich in miljoenen jaren weer ontwikkelen tot plant, tot dier en tot mens. De evolutie zal van voren af aan beginnen. Taal wordt opnieuw uitgevonden. Schrift opnieuw bedacht. Een nieuwe Jezus zal opstaan, een nieuwe Mohammed, een nieuwe Eddy van Amsterdam.

Het lijkt niet meer dan logisch, dat er in de vele miljarden jaren die het heelal bestaat, al eerder een levenloze aarde was, misschien wel vaker dan een keer, en dat het leven daarna aan een nieuwe evolutie is begonnen. Dat werpt een ander licht op waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Een licht dat wellicht tot verlichting leidt. Als er geen begin is zonder een eind, is er geen einde zonder een begin.