Gebeurtenissen

Je kinderen zijn je kinderen niet

Kahlil Gibran* is een Libanese schrijver/dichter, die in 1923 een boek schreef, De Profeet, met een opmerkelijk heldere, realistische visie op hoe je als ouder naar kinderen moet kijken. En andersom.
In De Profeet geeft hij antwoord op de vraag van een moeder over hoe zij moet omgaan met haar kinderen. Hij schrijft:

Je kinderen zijn je kinderen niet.
Zij zijn de zonen en dochters van ‘s levens hunkering naar zichzelf.
Zij komen door je, maar zijn niet van je, en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.

Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.
Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen, dat je niet bezoeken kunt,
zelfs niet in je dromen.

Je mag proberen gelijk hen te worden,
maar tracht niet hen aan jou gelijk te maken.
Want het leven gaat niet terug, noch blijft het dralen bij gisteren.
Jullie zijn de bogen, waarmee jouw kinderen als levende pijlen
worden weggeschoten.

De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige,
en hij buigt je met zijn kracht, opdat zijn pijlen
snel en ver zullen gaan.
Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter
een vreugde voor je zijn,
want zoals hij de vliegende pijl lief heeft,
zo mint hij ook de boog die standvastig is.

Kahlil Gibran

Een perfecte beschouwing van wat bijna alle mensen ervaren als de meest verheven gebeurtenis in hun leven. Gibran brengt die mensen terug op aarde. Voor de meesten is dat even wennen, omdat het niet strookt met hun geromantiseerde kijk op (het krijgen van) kinderen.

Daarin spelen elementaire menselijke eigenschappen een rol. Instinct, zelfbevestiging, geilheid, angst en gemakzucht.

Instinct en zelfbevestiging: Gibran beschrijft dat als: Zij zijn de zonen en dochters van ‘s levens hunkering naar zichzelf.

Geilheid: het opwindende sein dat spuitgast klaar is of in stelling gebracht moet worden voor de zaadlozing. Oftewel: gaan met de banaan.

Angst en gemakzucht: veel mensen zijn bang om alleen te zijn of alleen achter te blijven; zien kinderen als een waarborg daartegen en als een soort verzekering voor de tijd dat ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen.

Maar, zoals bij alle romantiek: ze maakt de dingen mooier dan ze zijn. Leuk voor momenten van gelukzaligheid, maar het blijft wensdenken; het heeft weinig te maken met de werkelijkheid.

De vrijpartij die aan de zwangerschap vooraf gaat, is zo’n romantisch moment; wij houden van elkaar en we maken een kind. Ik laat hier buiten beschouwing de enkelvoudige lol van het verslavend orgasme, een basisbehoefte van ieder mens.

De bevestiging van de zwangerschap is weer zo’n romantisch ogenblik. Je hebt bewezen dat je vrucht kunt dragen, want dat was nog even een dingetje. Voor hetzelfde geld was een van beiden of beiden onvruchtbaar of had je je heil moeten zoeken in kunstmatigheid.

Het is mijn overtuiging dat, op het moment dat een zaadcel een eicel is binnen gedrongen en met haar is versmolten, een mens is ontstaan met meteen al een geheel eigen karakter, dat afwijkt van dat van alle andere mensen, inclusief dat van zijn ouders.

Het is het kind zelf dat de vagina open duwt om op aarde te komen en verder te groeien. Het gaat leren lopen en praten en zijn plaats ontdekken in het ondermaanse. Dat neemt een aantal jaren in beslag. Soms zelfs een heel leven; er zijn mensen die hun leven lang onvolwassen blijven.

In de beginfase is het kind afhankelijk van zijn ouders. Om gedaan te krijgen wat het wil, gebruikt het de huilbui. Poepen, eten, aandacht… huilen. Handig is, dat vooral zijn moeder op standje instinct staat, terwille van de zorg voor haar kind.

In het eerste decennium van zijn bestaan leert het kind praten en kopieert het eigenschappen en gedrag van eenieder in zijn buurt, primair van vader en moeder. Dat helpt het om uit te vinden hoe de wereld van alledag eruit ziet en om te ontdekken waar het op aarde zijn plek is.

Door dat gekopieer krijgen ouders gemakkelijk het idee dat hun kind hetzelfde karakter heeft als zij, bloedverwantschap, dna. Dat geldt misschien voor sommige eigenschappen, maar zeker niet voor alle. De totaliteit van eigenschappen maakt het kind anders en uniek.

In het tweede decennium van zijn leven, de pubertijd, begint het kind steeds autonomer de regie over zijn eigen leven in handen te nemen. Dit is de periode dat het afstand neemt tot zijn ouders. Het zou mooi zijn, als het op enig moment aan zijn ouders en opvoeders duidelijk maakt: “Dank voor de wijze adviezen en goede zorgen, maar jullie inmenging in mijn leven moet ik voortaan afwijzen. Ik weet inmiddels zelf beter, wat goed voor mij is. Bij twijfel weet ik jullie te vinden.”

De status van zelfstandigheid bereikt het kind, normaal gesproken, in het derde decennium. Nu het voor zichzelf moet zorgen, moet het opnieuw concessies doen. Dit keer gaat het om alle mensen, met wie het in contact komt, en om situaties waarin het verzeild raakt. Een liefdesrelatie, een baan, een inkomen, een comfortabel bestaan.

Als het kind door pensioen of arbeidsongeschiktheid op enig moment buiten de dagelijkse arbeidspraktijk komt te staan, zoekt het nieuwe wegen om te kunnen blijven functioneren. Die vindt het onveranderlijk in zichzelf. Het valt terug op zijn eigen karakter, naar wie het was op het moment dat zaad- en eicel elkaar hadden gevonden.

Dat lukt naadloos, als het in zijn leven heeft geleerd niet bang te zijn. Niet voor anderen en niet voor zichzelf. Als het inziet, dat het kopieergedrag en de concessies goed zijn geweest, maar dat het slechts tijdelijke, voor het overleven noodzakelijke aanpassingen waren.

De noodzaak om te kopiëren en de bereidheid tot concessies neemt sowieso met de jaren af. Het is de oorzaak dat oudere koppels soms uit elkaar groeien en, in extremo, uit elkaar gaan.

Daar is overigens niks mis mee. Als de meeste kinderen op aarde bepaal jij zelf wanneer je wordt geboren en als de meeste bepaal jij ook zelf wanneer je weer verdwijnt.

Eduard Rijnja

* (Wikipedia) Kahlil Gibran werd geboren in Bisharri in Libanon en bracht het grootste deel van zijn productieve leven door in de Verenigde Staten. Hij stierf op 48-jarige leeftijd in New York. Hij combineerde delen van Westerse en Oosterse mystieken en schreef daarmee geschiedenis. Met name zijn boek De Profeet is zeer geliefd geworden en wordt tot op de dag van vandaag door velen gebruikt als persoonlijk naslagwerk. In de Arabische wereld staat Gibran bekend als een vrije denker en schrijver, een van de weinige mannen van zijn tijd, die schreef met liefde voor het kijken over grenzen en verschillen heen. Zijn werk is erg toegankelijk voor zowel religieuzen als hen die zich thuis voelen in het atheïsme. Zijn boeken zijn vertaald in meer dan 25 talen.